PLAAG RISICO ANALYSE VAN TIEN EXOTISCHE VISSOORTEN IN NEDERLAND

Jaar: 2010
Uitgever: RAVON
Frank Spikmans, Nils van Kessel, Martijn Dorenbosch,Jeroen Bosveld & Rob Leuven

Binnen het onderzoek zijn tien exotische vissoorten onderzocht die een risico kunnen
vormen voor de inheemse visfauna. Zeven van deze soorten (Kesslers grondel,
zwartbekgrondel, marmergrondel, Pontische stroomgrondel, witvingrondel, blauwband en
dikkopelrits) hebben zich reeds in Nederland gevestigd. Voor de drie andere soorten
(Chinese modderkruiper, Amoergrondel, naakthalsgrondel) is de kans aanwezig dat deze zich
op korte termijn vestigen. Soorten als karper, snoekbaars en roofblei die al langere tijd in
Nederland aanwezig zijn en die als ingeburgerd beschouwd worden zijn niet meegenomen
binnen het onderzoek.
De risico’s van invasieve exoten op inheemse soorten betreffen competitie om habitat en
voedsel, overdracht van ziekten en parasieten, hybridisatie en predatie. De Plaag Risico
Analyses van de tien soorten in deze studie laten zien dat één of meerdere van deze risico’s
bij elke exoot aanwezig zijn. Tabel 1 geeft een samenvatting van de karakteristieken per
soort. Met betrekking tot het risico van soorten is er onderscheid te maken in soorten
waarvan verwacht wordt dat deze lokaal tot een plaag kunnen leiden en soorten die op een
landelijk schaalniveau een plaag kunnen vormen. Van de soorten waarvan wordt ingeschat
dat deze een landelijk risico vormen voor de inheemse vissoorten is het merendeel pas zeer
kort (enkele jaren) in Nederland aanwezig (Kesslers grondel, zwartbekgrondel, Pontische
stroomgrondel) of nog niet aangetroffen (Amoergrondel, naakthalsgrondel). Van de soorten
waarvan is ingeschat dat zij op lokaal niveau een risico vormen (blauwband en dikkopelrits)
voor de inheemse visgemeenschap gaat het met name om negatieve effecten door het
overbrengen van ziekten of parasieten of hybridisatie (Chinese modderkruiper).
Kesslers grondel, zwartbekgrondel, Pontische stroomgrondel en marmergrondel hebben zich
in zeer korte tijd via de grote rivieren van Nederland verspreid en behoren plaatselijk al tot
de meest abundante soorten. Deze soorten hebben gemeen dat zij broedzorg hebben en
vergroeide buikvinnen die een zuignap vormen waarmee zij zich aan stortstenen kunnen
vasthechten. Hierdoor zijn zij sterk in het voordeel op het voor de inheemse Nederlandse
soorten onnatuurlijke habitat van stortsteen. Doordat stortsteen in Nederland zeer veel en in
bijna alle watertypen wordt toegepast ten behoeve van de oeververdediging is er een groot
areaal aan geschikt habitat voor deze exotische grondelsoorten beschikbaar. Op dit moment
zijn, de rivierdonderpad mogelijk uitgezonderd, nog geen aanwijzingen gevonden voor
negatieve effecten op de inheemse visgemeenschap. Op basis van de ecologie van de
exotische soorten en de snelle toename in Nederland is het risico van negatieve effecten door
predatie van of concurrentie met inheemse soorten echter groot. Met name de kleinere
bodemgebonden beschermde vissoorten als beekprik, beekdonderpad, rivierdonderpad,
bermpje, kleine modderkruiper en beekprik maar mogelijk ook de grotere zeldzame
riviersoorten als barbeel, kwabaal en sneep die zich tussen of in de nabijheid van stortsteen
ophouden zijn kwetsbaar.
De optrekbaarheid van wateren voor vissen wordt op veel locaties in Nederland verhinderd
door barrières. Het opheffen van migratiebarrières staat bij waterbeheerders hoog op de
agenda. Een ongewenst effect hiervan kan zijn dat de mogelijkheid wordt gecreëerd voor
verdere verspreiding van exotische vissoorten. Een belangrijke vraag in dit verband is in
welke mate exotische vissoorten regionale wateren zoals beek- en poldersystemen kunnen
koloniseren en in welke mate populaties van inheemse soorten hierdoor bedreigd worden.
Voor de marmergrondel en de Kesslers grondel is recentelijk vastgesteld dat kolonisatie van
regionale wateren optreed. Beeksystemen staan bekend om hun soortdiversiteit en het
voorkomen van zeldzame en beschermde soorten als beekprik, beekdonderpad,
rivierdonderpad en elrits. In poldersystemen zijn beschermde soorten die mogelijk een
negatief effect van exoten kunnen ondervinden bittervoorn, kleine modderkruiper en grote
modderkruiper.

Auteurs